Een nuance in de oververhitting van de huizenmarkt


Geplaatst op 23-11-2018


Je ziet het hele jaar al nieuws voorbij komen over de overspannen huizenmarkt. Code rood, starters die geen kans maken, te weinig geschikte huizen en dus enorm stijgende huizenprijzen. Maar afgelopen week werden er drie rapporten gepubliceerd die hier een nuance in aanbrengen.

Inflatie niet meegerekend

Volgens DMFCO (onderdeel van Munt Hypotheken) zijn de berekeningen van de huizenprijzen vertekend omdat de inflatie hier niet in wordt meegenomen. Wanneer de inflatie meegerekend wordt zitten de huizenprijzen op dit moment ongeveer 11% onder de piek van 2008. En ook de hypotheekschuld stijgt niet zo hard als wordt gedacht. De totale schuld is de laatste jaren zelfs gelijk gebleven. Dat komt onder andere door de verplichte aflossing en de strengere leenregels en ook doordat er meer eigen vermogen wordt geïnvesteerd bij het kopen van een huis.

Verkeerd beeld geschetst door makelaars

Internationaal vastgoedadviseur JLL trekt uit onderzoek ook de conclusie dat wonen in Nederland nog goed betaalbaar is. In 70% van alle wijken in Nederland zijn betaalbare koopwoningen beschikbaar. Er wordt vooral uit strategisch oogpunt een beeld geschetst dat het aantal woningen schaars is en dat de beschikbare woningen binnen een dag al verkocht zijn.

Vaak wordt Amsterdam als voorbeeld genoemd van dé oververhitting op de woningmarkt. Maar dit is natuurlijk wel een uitschieter en niet representatief voor heel Nederland. En vergeleken met andere Europese steden vallen de verschillen tussen de grote steden en de rest van het land zelfs mee. De huizenprijzen liggen in Amsterdam 60% hoger dan in de rest van het land. Maar in Brussel is dat 90%, in Londen 115% en in Parijs zelfs 140%.

De verschillen per inkomensgroep

Vastgoeddatabureau Calcasa heeft per beroepsgroep onderzocht wat men kan betalen voor een woning. Met een bruto-inkomen van €32.600 kan een starter met een HBO/WO-opleiding in 72% van de gemeenten een woning van gemiddeld 70m2 kopen en in de grote steden een woning van gemiddeld 50m2.

Een leraar in het basisonderwijs, met een gemiddeld bruto-inkomen van €41.700, komt in 81% van de gemeenten in aanmerking voor een huis van gemiddeld 87m2 en in de grote steden 62m2.

Ter vergelijking: voor starters zijn slechts 5% van de koopwoningen betaalbaar, voor een leraar in het basisonderwijs is dit 14%, een manager met een bruto-inkomen van €97.100 zou 89% van de woningen kunnen betalen.